top of page

Interview met het Nederlands Dagblad

Gerrit van Klaveren (62) uit Katwijk is uitvaartpredikant. ‘Voor de overleden persoon kan ik niets meer betekenen, maar voor de naaste familie en nabestaanden des te meer.’

Wat is uw rol bij een uitvaart?
‘Als predikant verzorg ik een uitvaartdienst. Meestal kende ik de overledene niet. Daarom duurt een eerste gesprek vaak wel twee uur. Ik stel dan gerichte vragen aan de familie over iemands jeugd, werk en gezin. Over mooie momenten, maar ook over traumatische gebeurtenissen.

Meestal eindig ik bij iemands laatste dagen en vandaaruit kies ik een Bijbelverhaal. Ik heb een basisliturgie die we nog volop kunnen aanpassen. Ik stimuleer altijd dat de familie een bijdrage levert. Een In memoriam voorlezen bijvoorbeeld of een gedicht voordragen. Of kaarsen ontsteken. Het is belangrijk voor de verwerking om nog iets te doen. Ook bij het graf is er die mogelijkheid.’

GerritVanKlaveren220923dv056 (1).jpg

Ik stimuleer de familie iets bij te dragen, dat is belangrijk voor de verwerking’

Hoe bent u in dit werk verzeild geraakt?
‘In 2014 werd ik in deeltijd regiocoördinator bij ons kerkgenootschap en daar zocht ik nog iets bij. In die periode leidde ik een uitvaartdienst voor een familielid die weinig van de kerk wilde weten. Ik vond dat aanvankelijk lastig, maar mijn vrouw zei: ‘Voor de overleden persoon kun je niets meer betekenen, maar voor de naaste familie en nabestaanden des te meer’.

Ze had gelijk. Daarna schreef ik uitvaartondernemers aan. Ik bood mijzelf aan als begeleider en spreker. Zo ontstond de Gelegenheidsdominee. Momenteel werk ik twee dagen per week als predikant in Zaandam en twee dagen in Almere. Als gelegenheidsdominee leid ik zo’n twee uitvaartdiensten per maand.’

 

Houdt u het altijd droog?
‘Ja, altijd. Alhoewel … als iemand jong sterft en nog jonge kinderen heeft, is het verdriet groot. Tijdens een dienst moet ik de tranen dan soms inhouden. Dat lukt vooral als ik mij focus op professionaliteit.’

Welke ervaring blijft u altijd bij?
‘Ik heb baby’s moeten begraven, maar ook een jongen van zestien die voor de trein was gesprongen … Feitelijk is iedere uitvaart aangrijpend, ook voor mijzelf. De confrontatie met de dood went nooit.’

Wat leert dit werk u?
‘Dat de dood geen onderscheid maakt. Een mens is kortstondig als het gras, zegt de Bijbel. Je mag genieten van alle mooie dingen, maar we zijn zo kwetsbaar. Wij hebben niet de controle over het leven. Het maakt mij dankbaar dat ik in een moeilijke situatie hoop en troost mag bieden. Na afloop krijg ik vaak fijne reacties. Soms zelfs na héél lange tijd. Een nabestaande die mij aanspreekt tijdens het winkelen. ‘Kent u mij nog?’ Zoiets stemt bijzonder nederig. Ik denk dan: wie ben ik, dat ik dit mag doen?’

bottom of page